Alle godsdiensten steunen op geloof. Maar geloof kan ook een manier zijn om jezelf gerust te stellen zonder het werkelijk te onderzoeken. Wie gelooft, hoeft immers niet altijd zelf op zoek te gaan. En juist dat zelfonderzoek, eerlijk kijken naar wie je bent, kan confronterend en moeilijk zijn. Wie de waarheid wil leren kennen, zal eerst zijn vaste overtuigingen moeten loslaten. Oude ideeën, aannames en conditioneringen uit het verleden kunnen als een sluier werken. Ze kleuren hoe je naar jezelf en de wereld kijkt, en maken het lastig om helder te zien wat er werkelijk is. De waarheid vinden is daarom geen kwestie van geloven, maar van onderzoeken.
Het is een persoonlijke zoektocht naar je ware aard. Toch kiezen veel mensen voor geloof, juist om die zoektocht te vermijden. Dat kan houvast geven, maar het risico is dat je je eigenheid deels opgeeft en opgaat in wat anderen denken of voorschrijven. Wanneer geloof verstijft in systemen en structuren, kan het zijn levendigheid verliezen. Dan wordt het iets uiterlijks, iets wat gevolgd moet worden, in plaats van iets wat van binnenuit wordt ervaren. Waarheid laat zich echter niet vastleggen in regels, boeken of organisaties. Ze is niet iets wat je kunt overdragen, maar iets wat je zelf moet ontdekken. De waarheid is uiteindelijk persoonlijk. Ze ontvouwt zich in directe ervaring, in bewustzijn en in aanwezigheid. En wanneer je haar werkelijk ontmoet, draagt ze vaak iets in zich van eenvoud, liefde en innerlijke vrede, iets wat zich vanzelf uitstrekt naar het geheel waarvan je deel uitmaakt.

Geef een reactie