Wijsheid begint wanneer je inziet dat je niet alles kunt weten. Hoeveel kennis je ook verzamelt en hoeveel je ook leert, er zal altijd iets zijn wat je niet begrijpt of niet kunt verklaren. Wie denkt dat hij alles weet en overal een antwoord op heeft, houdt zichzelf voor de gek. Hij ziet niet dat zijn kennis maar een klein stukje is van een veel groter geheel. Wie niet inziet dat zijn kennis beperkt is, blijft gevangen in zijn eigen gedachten en overtuigingen. Hij denkt dat zijn manier van kijken de enige juiste is. Daardoor sluit hij zich af voor andere mogelijkheden en nieuwe inzichten. Dat is een vorm van waanzin: geloven dat je de waarheid in handen hebt, terwijl je eigenlijk maar een klein deel ervan kunt zien. Maar zodra je deze waanzin bij jezelf herkent, ontstaat er ruimte om anders te gaan kijken. Je hoeft niet langer overal een oordeel over te hebben.
Je hoeft niet alles te begrijpen, te verklaren of op te lossen. Je mag erkennen dat je iets niet weet en dat je sommige vragen onbeantwoord kunt laten. Wie werkelijk wijs is, hoeft zijn gelijk niet meer te verdedigen. Hij klampt zich niet langer vast aan zijn eigen overtuigingen. Hij kan luisteren zonder meteen te oordelen en kijken zonder direct een conclusie te trekken. Wijsheid betekent niet dat je steeds meer weet, maar dat je steeds beter beseft hoeveel je niet weet. Wanneer je dat werkelijk inziet, wordt je denken rustiger en je blik helderder. Je hoeft de waarheid niet langer te bezitten. Je leert open te staan voor wat zich aandient, zonder te denken dat je alles al begrijpt. Dat is de helderheid van een wijze geest.

Geef een reactie