Relativeren betekent dat je leert om je eigen gedachten en zekerheden van een afstand te bekijken. Je onderzoekt wat je denkt en vraagt je af of het wel klopt. Je neemt niet zomaar alles aan als waarheid. Wat je vandaag zeker weet, hoeft morgen niet meer zo zeker te zijn. Onze kennis is beperkt en onze mening wordt beïnvloed door wie we zijn, wat we hebben meegemaakt en hoe we naar de wereld kijken. Ook de tijd, de plaats en de omstandigheden spelen daarbij een rol. Wat voor de een waar is, hoeft voor de ander niet waar te zijn We denken vaak dat we veel weten.

Maar hoeveel weten we eigenlijk echt zeker? Van de duizenden dingen die er in de wereld gebeuren, krijgen we er maar een klein deel mee. Van wat we horen, onthouden we sommige dingen en vergeten we andere. Ook van wat we zelf zien en meemaken, blijft maar een deel in ons geheugen achter. En zelfs wat we ons herinneren, is niet altijd precies zoals het werkelijk is gebeurd. We vullen dingen aan, geven er betekenis aan en trekken conclusies. Zo ontstaat ons eigen beeld van de werkelijkheid. Maar dat beeld is nooit de werkelijkheid in haar geheel. Een eenvoudig verhaal laat zien hoe gemakkelijk we ons kunnen vergissen.

Een man is zijn fiets kwijt. Hij weet niet waar hij hem heeft gelaten en begint te vermoeden dat zijn buurjongen de fiets heeft gestolen. Vanaf dat moment kijkt hij anders naar de jongen. Hij vindt dat de jongen loopt als een dief, kijkt als een dief en praat als een dief. Alles wat de jongen doet, lijkt zijn vermoeden te bevestigen. De man raakt er steeds meer van overtuigd dat hij gelijk heeft. Hij ziet in het gedrag van de jongen precies wat hij verwacht te zien. Een paar dagen later vindt hij zijn fiets terug op de plek waar hij hem zelf heeft laten staan. Hij was de fiets gewoon vergeten.

Vanaf dat moment ziet hij de buurjongen met andere ogen. De jongen loopt niet langer als een dief, kijkt niet langer als een dief en praat niet langer als een dief. Het gedrag van de jongen is niet veranderd, maar de manier waarop de man naar hem kijkt wel. Dit verhaal laat zien hoe sterk onze verwachtingen onze waarneming kunnen beïnvloeden. Als we eenmaal iets geloven, gaan we vaak vooral letten op alles wat ons gelijk lijkt te bewijzen. Wat niet bij onze overtuiging past, zien we gemakkelijk over het hoofd. Zo kunnen we iemand verkeerd beoordelen, zonder dat we ons daarvan bewust zijn. We denken dat we de ander zien zoals hij werkelijk is, terwijl we misschien vooral zien wat we zelf van hem verwachten. Relativeren betekent dat je bereid bent om aan je eigen oordeel te twijfelen.

Dat je jezelf af en toe afvraagt: weet ik dit werkelijk, of denk ik alleen dat ik het weet? Kijk ik naar wat er echt gebeurt, of zie ik vooral wat ik verwacht te zien? Dat betekent niet dat je nergens meer in mag geloven of dat je geen mening meer kunt hebben. Het betekent dat je ruimte laat voor de mogelijkheid dat je je vergist. Je hoeft niet meteen een oordeel te vormen en je hoeft niet altijd gelijk te hebben. Misschien ontdek je dat je iets over het hoofd hebt gezien. Misschien blijkt een situatie anders te zijn dan je dacht. En misschien kom je erachter dat je iets helemaal niet weet. Dat is geen teken van zwakte, maar van openheid. Wie leert relativeren, houdt zijn gedachten niet langer voor de volledige waarheid. Hij leert kijken zonder meteen te besluiten wat iets betekent. Hij leert luisteren zonder direct te oordelen. En hij leert erkennen dat zijn eigen kijk op de wereld maar één van de vele mogelijke gezichtspunten is. Want wat je denkt te zien, is niet altijd wat er werkelijk is. En wat je zeker meent te weten, is niet altijd zeker.


Ontdek meer van Boekenvonk

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Ontdek meer van Boekenvonk

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder